Veel modellen worden beoordeeld op effectiviteit. INR beoordeelt zichzelf eerst op consistentie.
Modelgeldigheid binnen INR betekent dat:
– Gedrag wordt verklaard en niet gestuurd
– Betekenis wordt onderzocht en niet gecorrigeerd
– Inzicht wordt gedeeld en niet ingezet als machtsmiddel
Wanneer het model instrumenteel wordt gebruikt verandert niet alleen de toepassing, maar ook de aard van het model.
Het verschuift dan van verklaringskader naar beïnvloedingsstrategie.
Dat is geen nuance. Dat is een fundamentele breuk met de architectuur van Inner Needs, Narrative en Reaction.
Modelgeldigheid is daarmee geen technisch criterium, maar een inhoudelijke voorwaarde.
Zonder ethische begrenzing blijft de terminologie intact, maar verliest het model zijn samenhang.
Binnen het INR Model is ethiek geen toevoeging maar een voorwaarde voor modelgeldigheid.
Het model is opgebouwd rondom:
– Autonomie
– Competentie
– Verbondenheid
– Bescherming
– Betekenis
Wanneer toepassing deze principes ondermijnt, functioneert het model niet langer binnen zijn eigen logica.
Modelgeldigheid waarborgt dat:
– Inner Needs niet worden ingezet als drukmiddel
– Narrative niet wordt gereduceerd tot fout denken
– Reaction niet wordt bestreden maar begrepen
Het begrip modelgeldigheid maakt expliciet dat consistentie tussen inhoud en gebruik essentieel is.
Zodra die consistentie verdwijnt, blijft de naam INR bestaan, maar niet het model zoals het bedoeld is.