Machtsasymmetrie
Machtsasymmetrie verwijst binnen het INR Model naar een situatie waarin één partij meer interpretatieve of beïnvloedende macht heeft dan de ander.
Deze asymmetrie ontstaat wanneer inzicht in gedrag wordt gebruikt zonder wederkerigheid of relationele verantwoordelijkheid.
Verdieping
Wanneer iemand het INR Model toepast ontstaat er inzicht in:
– Inner Needs
– Narrative
– Beschermingsgedrag
– Reaction
Dit inzicht creëert invloed. Niet omdat het model macht geeft, maar omdat begrijpen altijd relationele impact heeft.
Machtsasymmetrie ontstaat wanneer:
– Interpretaties worden gepresenteerd als objectieve waarheid
– De ander geen ruimte krijgt om betekenis te corrigeren
– Gedrag wordt geduid zonder dialoog
In dat moment verschuift het model van verklaringskader naar beïnvloedingsinstrument.
De partij met het model krijgt dan controle over de betekenisgeving, terwijl de ander wordt gereduceerd tot object van analyse.
Binnen INR is dit problematisch omdat het de autonomie en verbondenheid aantast die het model juist wil beschermen.
Relatie tot INR
Machtsasymmetie is een kernrisico dat het ethisch kader van het INR Model expliciet probeert te voorkomen.
Omdat INR werkt met betekenis en bescherming, kan het model alleen zorgvuldig worden toegepast wanneer:
– Interpretatie relationeel wordt gedeeld
– Autonomie intact blijft
– Begrip geen middel wordt tot controle
Zodra machtsasymmetrie ontstaat:
– Wordt Narrative versterkt in plaats van onderzocht
– Wordt bescherming geactiveerd
– Verliest het model zijn verklarende integriteit
Daarom is het voorkomen van machtsasymmetrie geen morele toevoeging, maar een structurele voorwaarde voor consistent gebruik van het INR Model.