INR Institute
Studie 1 – Gedrag onder druk (preview)
Terug naar Onze studies
Kwalitatief observationeel Afgerond · deel 1

Gedrag onder druk, in één organisatie.

Twintig medewerkers keken naar hun eigen gedrag onder druk. Wij luisterden en gaven inzicht in wat daaronder lag, zonder te oordelen en zonder labels op te leggen. Een eerste, diepgaande blik op hoe mensen hun eigen reacties herkennen.

Type
Kwalitatief, observationeel
Deelnemers
20
Context
Eén organisatie
Bronnen
Drie
In het kort

Wat je hieronder vindt.

Wat we onderzochten

Of mensen hun gedrag onder druk herkennen als een logisch gevolg van wat er vanbinnen speelt, wanneer dat gedrag teruggegeven wordt via de drie lagen van INR.

Wat we zagen

Deelnemers herkenden zich sterk in wat naar boven kwam. De drie lagen lieten zich consistent toepassen op alle twintig persoonlijke verhalen.

Wat het betekent

Het laat zien dat het model resoneert en taal geeft, niet dat het daarmee bewezen is. De inzichten gelden binnen deze ene organisatie.

Aanleiding

Waarom deze studie.

Werkdruk, psychologische veiligheid en zelfregulatie staan steeds vaker op de agenda binnen organisaties. De meeste gedragsmodellen kijken daarbij naar de buitenkant: ze beschrijven wat mensen doen en proberen dat te corrigeren. INR draait dat om. Het kijkt naar waarom gedrag ontstaat, en behandelt gedrag onder druk niet als zwakte, maar als bescherming met een eigen logica.

We wilden weten of dat uitgangspunt standhoudt bij echte mensen, in een echte werkomgeving. Daarom kozen we bewust voor één organisatie. Binnen één werkcultuur zijn de omstandigheden grotendeels gelijk, waardoor je gedrag beter met elkaar kunt vergelijken.

De centrale vraag
In hoeverre herkennen mensen hun gedrag onder druk als een logisch gevolg van wat er vanbinnen speelt, wanneer dat gedrag wordt teruggegeven via INR?
Methode

Hoe we te werk gingen.

Kwalitatief en observationeel. Het ging ons niet om cijfers of gemiddelden, maar om het verhaal achter gedrag. Daarom verzamelden we persoonlijke reacties en keken we naar wat daaronder lag.

1

Mensen benoemden zelf

Tijdens een tweedaagse training benoemden deelnemers hun eigen gedrag onder druk en gingen daarover in gesprek. Het materiaal kwam van henzelf, niet van ons.

2

Wij spiegelden, zonder oordeel

We gaven inzicht in de motivatie en het narratief eronder. Geen labels, geen types, geen correctie. Alleen zichtbaar maken wat er al was.

3

Drie bronnen samen

De training, de persoonlijke terugkoppeling achteraf, en de vrije reflecties die deelnemers spontaan deelden. Samen geven die een rijker beeld dan elk apart.

Elk verhaal bekeken we vervolgens langs de drie lagen van het INR Model. Steeds in dezelfde volgorde, zodat elk verhaal op dezelfde manier behandeld werd.

I

De I-laag

De innerlijke behoeften die onder druk komen te staan: ruimte, bekwaamheid, verbondenheid.

N

De N-laag

Het narratief dat zich daarover gevormd heeft. Het verhaal dat je jezelf vertelt door je eigen gedrag te observeren.

R

De R-laag

Het zichtbare gedrag dat daaruit voortkomt, bedoeld als bescherming.

Wetenschappelijke verantwoording

Het INR Model staat op een stevige, moderne gedragswetenschappelijke basis. De I-laag bouwt voort op onderzoek naar menselijke basisbehoeften, waarin autonomie, competentie en verbondenheid centraal staan. De N-laag sluit aan bij het inzicht dat mensen hun eigen gedrag observeren en daaruit afleiden wie ze zijn, en zo een verhaal over zichzelf vormen.

Deze studie is kwalitatief en exploratief van aard. Dat betekent dat de bevindingen rijk en diepgaand zijn, maar niet bedoeld om te generaliseren naar andere organisaties. De analyse volgde voor elk van de twintig verhalen hetzelfde stramien, wat de onderlinge vergelijkbaarheid ten goede komt.

Theoretische verankering. De onderbouwing rust op gevestigd wetenschappelijk werk:

  • Deci, E. L. & Ryan, R. M. (2000). Zelfdeterminatietheorie, over autonomie, competentie en verbondenheid als psychologische basisbehoeften.
  • Bem, D. J. (1972). Self-Perception Theory, over hoe mensen hun eigen gedrag observeren en daaruit afleiden wie ze zijn.
Wat we zagen

Twintig verhalen, langs drie lagen.

De drie lagen lieten zich op alle twintig verhalen toepassen. Hieronder de patronen die we terugzagen, steeds binnen deze groep.

Alle aantallen gelden binnen deze groep van twintig, niet als algemeen percentage.
I

De I-laag, welke behoefte geraakt werd

Onder druk kwam bij de meeste mensen een van de drie basisbehoeften in het gedrang. Vaak speelden er meerdere tegelijk, waarbij één de boventoon voerde.

Ruimte onder druk13 van 20
Bekwaamheid onder druk11 van 20
Verbondenheid onder druk9 van 20
N

De N-laag, welke verhalen terugkeerden

Ondanks verschillen in gedrag keerden bepaalde narratieven opvallend vaak terug. Verhalen die beschermen, maar tegelijk de situatie oproepen waartegen ze beschermen.

“Als ik het niet goed doe, stel ik teleur.”
Raakt aan bekwaamheid. Leidde tot hyperfocus, overwerken of de behoefte aan controle.
“Als ik me laat zien, word ik gekwetst.”
Raakt aan verbondenheid. Leidde tot vermijden, afstand houden of dichtklappen.
“Als ik stilval, verlies ik grip.”
Raakt aan ruimte. Leidde tot impulsiviteit, vluchten of alles zelf willen doen.
R

De R-laag, welk gedrag zichtbaar werd

In het zichtbare gedrag tekenden zich duidelijke clusters af. Verschillend van vorm, maar met een innerlijke logica die telkens in lijn lag met de structuur eronder.

GedragAantalOnderliggend motief
Hyperfocus, overpresteren
6 van 20
Behoefte aan grip of waardering
Vermijden, afstand nemen
5 van 20
Bescherming tegen afwijzing
Terugtrekken, dichtklappen
4 van 20
Overprikkeling of onzekerheid
Impulsiviteit, actiegerichtheid
3 van 20
Spanning bij stilstand
Overdenken, analyseren
2 van 20
Behoefte aan controle
Wat deelnemers ermee deden

Van herkenning naar beweging.

Een model is pas waardevol als het iets in beweging zet. Daarom keken we ook naar hoe deelnemers de terugkoppeling ervoeren en wat ze ermee deden.

Alle twintig deelnemers ervoeren hun terugkoppeling als herkenbaar. Woorden als confronterend, verhelderend en kloppend kwamen vaak terug. Belangrijk is dat die herkenning niet alleen vleiend was, maar ook schuurde. Iets dat raakt en toch klopt, is moeilijker weg te zetten als een algemeenheid.

Bij de meesten verschoof de blik op het eigen gedrag. Wat eerst als onhandig of onprofessioneel voelde, werd begrijpelijk en verklaarbaar. Dat maakte ruimte voor reflectie in plaats van zelfkritiek. Meerdere mensen grepen dagen later spontaan terug op hun terugkoppeling.

“Het helpt me om met meer mildheid naar mezelf te kijken.”
Deelnemer, over impulsief gedrag als beschermingsstrategie.
“Je hebt een oud verhaal geraakt. En dat zit blijkbaar nog dieper dan ik dacht.”
Deelnemer, over het vermijden van conflicten.

Wat deze studie niet zegt

  • De inzichten gelden binnen deze ene organisatie. Of dezelfde patronen terugkeren in andere culturen en sectoren, is hiermee nog niet aangetoond.
  • Herkenning is geen bewijs. Dat mensen zich herkennen, laat zien dat het model resoneert en taal geeft. Het toont niet dat het model daarmee bewezen juist is. We hebben daarom gelet op spiegelingen die specifiek en persoonlijk waren, niet algemeen.
  • Niet iedereen reflecteert hetzelfde. Sommige mensen zijn taliger dan anderen, en de aanwezigheid van trainers en collega’s kan invloed hebben gehad op hoe open men zich uitte.
  • Het is een eerste stap. Een kleine, kwalitatieve studie suggereert en verkent. Ze vormt het begin van een bredere lijn, geen eindpunt.
Wat dit wel zegt

Het model resoneert en geeft taal.

Binnen deze organisatie lieten de drie lagen zich consistent toepassen, en mensen herkenden zichzelf in wat naar boven kwam. Dat maakt het model bruikbaar als spiegel. Het is een eerste, eerlijke stap in een bredere onderzoekslijn, geen eindconclusie.

Onze studies
Stel een vraag